De boomkorvloot
< terug naar overzichtDe boomkorvisserij is een zogenaamde ‘gemengde visserij’; de vissers vangen zowel tong als schol. Omdat deze soorten niet in scholen leven, maar op de bodem tussen allerlei andere soorten, worden ook andere overbeviste soorten zoals tarbot, kabeljauw en rog bijgevangen.
Afhankelijk van tong en schol
Het overgrote deel van de Nederlandse visserijvloot vist met de boomkor. Ongeveer 110 kotters zijn volledig afhankelijk van deze visserij. Het grote succes van de boomkor komt doordat de constructie een aantal zware wekkerkettingen toelaat. Hoe meer kettingen, hoe meer tong er gevangen wordt. Tong is de economische ruggengraat van de boomkorvloot. Nederlandse vissers hebben 90% van het Europese vangstquotum van deze vis. Van schol hebben zij 60% van het quotum.
Problemen
De boomkorvisserij scoort slecht op alle vier de problemen die visserij kan veroorzaken. Ondanks saneringen is de overcapaciteit in de boomkorvloot nog altijd groot; vissoorten als schol en tong worden te zwaar bevist. Ook de bijvangsten zijn groot en de kettingen veroorzaken schade aan de bodem. Het slepen van het zware boomkortuig door het zand kost heel veel energie.
Economisch niet rendabel!
In 1960 deed de boomkorvisserij zijn intrede. Er trad een enorme schaalvergroting op; keer op keer werden – met investeringssubsidies van de overheid ! – grotere kotters met zwaardere motoren gebouwd. Door de groei van de vloot kwamen de platvisbestanden onder druk te staan. Nu de olieprijzen hoog zijn èn de hoeveel tong en schol afgenomen is, is de boomkorvisserij zowel ‘ecologisch’ als ‘economisch’ failliet. Zo kan het niet verder, dat zien veel vissers zelf ook!
